4 BELANGRIJKE LESSEN VOOR LEIDERS (METEEN TOEPASSEN!)
1. Wees authentiek
Elke leider heeft zijn eigen leiderschapsstijl. Maar jongere en nog onervaren leiders proberen onzekerheid in hun rol soms met overdreven hardheid te compenseren.
Constant schreeuwen en mensen kleineren kan bij rekruten best een zeker trainingseffect opleveren, maar ervaren manschappen doorzien snel wat er achter die façade zit. Die hebben dat zelfs heel goed door.
Discipline en een harde toon zijn essentieel. Ben je van nature een uitgesproken harde, gedisciplineerde vent, geef dan ook zo leiding, geen probleem. Maar doe het vanuit jezelf. Wees authentiek en zet geen masker op waarachter een compleet ander karakter schuilgaat.
2. Zuig kennis op
Er is niets wat de opgebouwde ervaring van oudgediende kameraden overtreft. Geen enkel voorschrift, hoe goed ook, kan hun „rugzakkennis” vervangen.
Bij simpele problemen moet je altijd eerst zelf naar een oplossing zoeken, maar voor goed doordachte vragen staan de meeste kameraden heel open. Als ze merken dat je er echt over hebt nagedacht, wijzen ze je leergierigheid vast niet af.
En zelfs als er gewoon verhalen over uitzendingen of oefeningen verteld worden, vind je tussen de regels door altijd wijsheden die in de praktijk goud waard zijn.
Je moet er alleen een open oor voor hebben.
3. Maak fouten
Iedereen zou zich zo goed op zijn werk moeten voorbereiden dat er geen fouten gebeuren.
Maar de angst om fouten te maken kan je ook verlammen, waardoor je een nieuwe taak niet oppakt en dus niet beter wordt.
Dus: wees niet bang voor fouten. Is er een situatie die je onprettig vindt en die je angst inboezemt? Doe het toch. Juist daarom. Zet die stap bewust en vrijwillig buiten je vertrouwde terrein en groei aan de uitdaging.
Fouten ga je maken. Maar dan weet je precies hoe je het de volgende keer beter doet. En dat kan niemand je meer afpakken.
4. Neem jezelf niet te serieus
Iedereen kent die ene vent die altijd chagrijnig is en boos kijkt. Het probleem is dat ook zo'n supercoole, stoere gast weleens kleine fouten en ongelukjes overkomen.
Ik had een kapitein die midden in de bevelsuitgifte zijn stapel papieren liet vallen. Wij moesten natuurlijk allemaal grinniken.
De kapitein schreeuwde niet „Stop onmiddellijk met lachen!”. Nee. Hij grijnsde naar ons en zei „Tja, het koord van de officiersaspirant leg je nooit helemaal af” – en iedereen moest lachen.
Daarna hadden we meteen nog meer respect voor hem, omdat hij zag hoe grappig de situatie was en authentiek handelde in plaats van de harde leider uit te hangen. Dat zelfvertrouwen had hij allang: hij wist dat hij een goede leider was.
Samenvatting
Kort gezegd komt het erop neer dat je met zelfvertrouwen leiding geeft, maar wel een klein ego houdt. „Meer zijn dan schijnen” noemden de Pruisen dat. En ook al ben jij de leider, kameraadschap, menselijkheid en humor blijven belangrijk.
Veel succes daarbuiten!
Shughart
Opmerking van de auteur: vind je onze artikelen goed? Steun ons dan met een aankoop in onze shop (klik hier). We zijn dankbaar voor elke vorm van steun!