WEES GEEN AMATEUR.
De amateur kijkt constant op de klok; de pro vergeet de tijd.
De amateur wil de arena uit en naar huis; voor de pro IS de arena thuis.
De amateur neemt genoegen met „goed genoeg”; de pro vraagt: „Is dit eigenlijk wel goed genoeg?”
De amateur snakt naar rust; de pro vindt zijn rust in het harde werk.
De amateur meet zich met anderen; de pro meet zich met perfectie.
De amateur ziet werk als een last; de pro ziet het als kunst.
De amateur kijkt naar de pro; de pro heeft alleen oog voor de taak die voor hem ligt.
De amateur wil bij zinnen blijven; de pro verliest zich in zijn passie.
En de afstand tussen waanzin en genialiteit wordt alleen in succes gemeten.
Wees geen amateur. Wees een pro.