BLACK BUCK 1: ENGELANDS MUSEUMRIJPE BOMMENWERPER TEGEN DE FALKLANDEILANDEN
Operation Black Buck 1 was een luchtaanval van de Britse strijdkrachten op de door Argentinië bezette Falklandeilanden en werd met ruim 13.000 km vliegafstand destijds de verste luchtoperatie uit de geschiedenis.
Om de bevolking af te leiden van de problemen in eigen land was Argentinië in april 1982 een invasie van de Falklandeilanden begonnen, in de verwachting dat de Britten die kleine eilanden op duizenden kilometers van hun thuisland niet zouden heroveren.
De Britse strijdkrachten planden echter zowel een invasie met grondtroepen als bombardementen op Argentijnse vliegvelden. Men besloot dat alleen de bejaarde Avro Vulcan die taak aankon, een toestel dat eigenlijk was ontworpen voor middellangeafstandsaanvallen met kernkoppen tijdens de Koude Oorlog. Dat vliegtuig zat inmiddels aan het eind van zijn diensttijd en werd nauwelijks nog gebruikt. Bovendien zou de Vulcan onderweg meerdere keren moeten worden bijgetankt, een gevaarlijke procedure die al ruim 10 jaar niet meer was uitgevoerd. Om de ontbrekende onderdelen voor de reparatie te vinden werden meerdere militaire sloopterreinen uitgekamd; één onderdeel dook op in de officiersmess, omgebouwd tot asbak.
Nadat de vliegtuigen weer waren uitgerust, moesten de bemanningen in recordtijd niet alleen het bijtanken opnieuw leren, maar ook precisiebombardementen in laagvlucht. De boordcomputer die het moment voor het afwerpen van de bommen berekende, was nog gebaseerd op ontwikkelingen uit de Tweede Wereldoorlog en werkte met schroeven en radertjes.
Na een korte voorbereiding stegen op 30 april vlak voor middernacht 2 Vulcan-bommenwerpers (één als reserve) en 11 tankvliegtuigen op vanaf het eiland Ascension voor de eerste missie. De tankvliegtuigen tankten elkaar om de paar uur bij en de leeggeraakte tankers keerden telkens om, tot alleen nog één Vulcan en één tankvliegtuig over waren. Door de haastige missieplanning was het brandstofverbruik verkeerd berekend en kwam de Vulcan 5 ton kerosine tekort voor de terugvlucht. Ondanks het risico van een noodlanding op open zee besloot de bemanning de aanval door te zetten. Op slechts 100 meter hoogte dook ze onder het Argentijnse zoekradar door en plaatste een bomtreffer op het Argentijnse vliegveld. Met veel te weinig kerosine aan boord begon ze aan de terugvlucht en werd op het laatste moment door een tegemoetkomend tankvliegtuig bijgevuld. In totaal vonden tijdens deze missie 18 bijtankoperaties in de lucht plaats.
De schade aan het vliegveld was tactisch gezien minimaal, maar liet de Argentijnen wel zien dat de Britten ondanks de enorme afstand altijd en overal konden toeslaan. Uit angst voor luchtaanvallen op het eigen vasteland besloot de Argentijnse legerleiding bovendien om „Grupo 8”, de enige groep van de Argentijnse luchtmacht met onderscheppingsjagers, verder naar het noorden te verplaatsen, wat de Britse invasie van de Falklandeilanden in de kaart speelde.
Flt Lt Martin Withers, piloot van de Avro Vulcan die de aanval had uitgevoerd, kreeg het Distinguished Flying Cross, terwijl zijn bemanning bij naam werd genoemd in het eindrapport. Na die eerste – ondanks alle omstandigheden geslaagde – missie volgden nog 6 andere, deels zeer spectaculaire missies met Avro Vulcans, die de Argentijnen voortdurend op scherp hielden.
Zoals zo vaak in de geschiedenis was het bij Black Buck 1 niet de moderne techniek die de missie deed slagen, maar de goede opleiding, het besluitvaardige optreden en de moed van de bemanning.
Opmerking van de auteur: vind je onze artikelen goed? Steun ons dan met een aankoop in onze shop (klik hier). We zijn dankbaar voor elke vorm van steun!