VERDWAALDE HARRIER MAAKT NOODLANDING OP CONTAINERSCHIP
Straaljagerpiloot Ian Watson had zich er eigenlijk al bij neergelegd dat hij de schietstoel moest gebruiken toen hem midden boven de Atlantische Oceaan de brandstof opraakte. Gelukkig ontdekte hij op het laatste moment een passerend containerschip dat nog net als landingsplaats kon dienen.

Ondanks zijn onvoltooide opleiding werd de 25-jarige luitenant op 6 juni 1983 naar een NAVO-oefening voor de Portugese kust gestuurd. Het doel: met het VTOL-toestel een Frans vliegdekschip opsporen onder gevechtsomstandigheden. Dat betekende volledige radiostilte met uitgeschakelde radar, om de „vijand“ een zo laag mogelijk elektromagnetisch profiel te bieden.
De verkenning voerde Watson met succes uit, maar voor de terugvlucht lieten de radio en de radar zich plotseling niet meer inschakelen. Urenlang zocht de Britse piloot tevergeefs naar zijn eigen vliegdekschip. Toen de brandstofnaald uiteindelijk op nul stond, zag hij nog maar één mogelijkheid: met zijn laatste brandstof koerste hij naar een bekende scheepvaartroute, waar de kans om een schip tegen te komen het grootst was. Zou hij door brandstofgebrek neerstorten, dan kon hij daar tenminste snel gered worden. Maar net toen hij op het punt stond eruit te schieten en de jet van 7 miljoen dollar in het water te laten storten, ontdekte hij aan de horizon een Spaans containerschip.
De bemanning van het schip keek vreemd op toen er plotseling een Harrier van de Royal Navy boven hen hing, om vervolgens op volle snelheid een relatief goede landing te maken. Vier dagen later bereikte het schip zijn bestemmingshaven op de Canarische Eilanden, nog altijd met de jet aan boord. De Britse marine betaalde uiteindelijk een beloning van 570.000 pond en de Harrier kon inderdaad weer luchtwaardig worden gemaakt.
